Uitgebreidere
achtergrondinformatie:
Angst kan het leven van een kind zo gaan beheersen dat een gezonde ontwikkeling wordt belemmerd
en er sprake is van lijdenslast. ‘Angst-onderzoekers’ Elisabeth Utens, psycholoog, en Robert Ferdinand, kinder- en jeugdpsychiater, beiden werkzaam
op de afdeling Kinder- en jeugdpsychiatrie
van het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis,
importeerden uit Australië het VRIENDEN-programma.
Met dit programma kunnen niet alleen kinderen
met een angststoornis worden behandeld, maar
kan ook worden voorkomen dat angst ontaardt in
een stoornis. Utens hoopt dat dit programma op
scholen en in behandelinstituten veel gebruikt gaat
worden.
VRIENDEN is een afkorting die staat voor: Voel je je bang,
Rust en ontspan je lekker, In jezelf denken, Eigen plan
maken, Netjes gedaan, Doe je oefeningen, EN rustig blijven.
De letters van het woord vormen de bakens waarmee een angstig
kind kan leren zijn angstgevoel onder controle te houden
en niet in paniek te raken. Susan zegt zachtjes ‘helpende
gedachten’ tegen zichzelf als ze haar vinger opsteekt om aan
de juf te vragen of ze naar het toilet mag. Dat heeft ze geoefend
met het VRIENDEN-programma. Susan heeft geleerd de
signalen van haar angst te herkennen, zichzelf te ontspannen,‘niet-helpende’, negatieve gedachten (zoals ‘andere kinderen
lachen mij uit’) te vervangen door ‘helpende’, positieve
gedachten (’iedereen moet wel eens naar de WC’), zichzelf te
belonen (bijvoorbeeld door zichzelf een complimentje te
geven: ‘ik ben er trots op dat ik dit kan’), zich rustig op haar
ademhaling te concentreren en niet in paniek te raken. Voor
die tijd durfde ze dit niet en nam ze buikpijn maar voor lief,
omdat ze voor geen prijs iets hardop in de
klas durfde te zeggen. Susan heeft dit niet
zomaar geleerd, ze heeft het samen met de
therapeut en met andere kinderen met
angstklachten geoefend met het VRIENDEN-programma. VRIENDEN staat namelijk
ook voor het leren met en van leeftijdgenoten
en het ervarend leren in de veiligheid
van een groep.
Niet de enige
Elisabeth Utens beschrijft de kinderen met
een angststoornis als“vaak gevoelige, onzekere, verlegen kinderen, die geneigd zijn
zo weinig mogelijk op te willen vallen. Ze kunnen veel in
zichzelf lopen tobben over alles wat er mis zou kunnen gaan.
Wat mij raakt is de stille lijdenslast van deze kinderen. Ze vallen
niet op, maar ze kunnen veel piekeren, de lat hoog leggen,
ze willen ook niet anders zijn dan de anderen en kunnen zich
schamen voor hun angsten. Wat ik leuk vind om te zien is dat
het bij een groepsbehandeling voor veel kinderen een eyeopener
en steun kan zijn, dat er meer zijn met dezelfde problemen. ‘Hé, die durft ook niet alleen te slapen’, zie je ze denken.
Het normaliseert de angstgevoelens. Veel angstige kinderen
voelen zich alleen al gesteund door de wetenschap dat zij
niet de enigen zijn met voor hun gevoel ‘vreemde angsten’ en ‘nare gedachten’. Ik zie een flink deel van de kinderen
opknappen van het VRIENDEN-programma. Een deel ervan
heeft echter niet genoeg aan de tien sessies en heeft vervolgbehandeling
nodig. Hoe dat komt en of een groepsbehandeling
evenveel effect heeft als een individuele behandeling, dat
zijn we nu nog aan het uitzoeken.”
Cognitief programma
Het VRIENDEN-programma is een vertaling van FRIENDS,
een cognitief gedragstherapeutisch programma dat is ontwikkeld
door de psychologe dr. Paula Barrett en haar medewerkers
aan de Griffith Universiteit in Australië. Cognitief heeft
betrekking op het ‘denken’ en een cognitief therapeutisch programma
is bedoeld om kinderen anders te leren denken en
zich daarmee ook anders te voelen. Elisabeth Utens: “Kinderen met angststoornissen hebben baat bij een behandeling
die erop gericht is hen bewust te maken van hun angsten
en hen vervolgens leert om deze aan te pakken. Ze leren hun ‘niet-helpende’ negatieve gedachten om te zetten in ‘helpende’,
positieve gedachten. Daarmee kan het angstige gevoel worden
veranderd in een rustig gevoel. Toen we op zoek waren naar
een betrouwbaar en effectief programma om kinderen met
angstproblemen te helpen, kwamen we terecht bij FRIENDS.
In onderzoek is aangetoond dat 60% van de
kinderen met een angststoornis na afloop
van dit programma diagnosevrij is en dat na
een jaar ook nog steeds is. Er zijn ook positieve
resultaten gemeld als het programma in een klas wordt gebruikt ter preventie van
angstproblemen.”
Preventie
In haar rapport ‘Prevention of Mental
Disorders: Effective Interventions and
Policy Options’ benadrukt de World Health
Organisation (WHO) het belang van het voorkómen van angststoornissen vanwege de enorme negatieve
invloed op het leven en het functioneren. Hierbij noemt de
WHO slechts één programma dat effectief is voor zowel algemene
preventie, als voor preventie bij specifieke groepen, als
voor behandeling: het VRIENDEN-programma. Elisabeth
Utens ziet het inzetten van VRIENDEN als preventieprogramma
voor angst- en depressieproblemen niet alleen als een
mogelijkheid om veel leed en maatschappelijke kosten te
voorkomen, maar ook als een waardevolle bijdrage aan de ontwikkeling van ieder kind, of het nou angstklachten heeft
of niet.
“Ieder kind kan er baat bij hebben: de kinderen leren levensvaardigheden,
zoals zich bewust worden van hun negatieve
gedachten en deze proberen te vervangen door positieve, waar
ze in de loop van hun verdere leven veel aan kunnen hebben.”
In Australië, Nieuw-Zeeland en Duitsland zijn al positieve
resultaten geboekt met het inzetten van FRIENDS op school,
ook na de termijn van een jaar. In Nederland heeft Elisabeth
Utens bij wijze van pilot een school begeleid die het programma
heeft toegepast in de groepen 6, 7 en 8. “De leerkrachten
waren positief, ze vonden met name dat de kinderen achteraf
beter over hun gevoelens konden praten.”
Kantekeningen
Hoe enthousiast verscheidene professionals uit de geestelijke
gezondheidszorg ook zijn over VRIENDEN als preventieprogramma,
de toekomst zal nog moeten uitwijzen of VRIENDEN
een vaste plaats zal krijgen in onderwijsprogramma’s op
basisscholen en scholen voor voortgezet onderwijs. Er zijn
wel een aantal argumenten aan te voeren waarom dit nog hee
wat voeten in aarde zal hebben. Bijvoorbeeld de vereiste betrokkenheid van de ouders; die overigens ook geldt wanneer
VRIENDEN wordt ingezet als behandelprogramma. In de
praktijk wordt anbevolen om op scholen een informatieavond
voor ouders te organiseren. Het VRIENDEN-programma
bevat daarnaast vier ouderbijeenkomsten. In deze oudersessies
worden de doelstelling en de werkwijze van het programma
uitgelegd en krijgen de ouders informatie hoe ze hun
kind kunnen ondersteunen bij het uitvoeren van de opdrachten
die ze mee naar huis krijgen. Dit kan een struikelblok zijn
voor kinderen waarvan de ouders niet mee willen of kunnen
werken. Daarnaast is het ook de vraag of alle kinderen in een
klas bereid en in staat zijn om alle opdrachten van het programma
uit te voeren. De leerkracht kan hierbij echter helpen
en de kinderen kunnen elkaar tips geven en elkaar op die
manier helpen. |