Minder boos en opstandig

   
       
   

Een training voor kinderen om te leren om gaan met boosheid.

   
         
 

Voor wie: kinderen van 6 t/m 12 jaar en hun ouders.

 
Inhoud: Het programma bestaat uit een ouder en een kindtraining. De training is gericht op kinderen met een diagnose oppositioneel opstandig gedrag of anti- sociaal gedrag of kinderen die risico lopen een gedragsstoornis te ontwikkelen. De oudertraining vindt groepsgericht plaats en is gericht op training van opvoedings-vaardigheden.
 
Uitgebreidere achtergrondinformatie kindtraining:

Een gedragsprogramma voor kinderen
Naast de oudertraining waarin ouders leren omgaan met kinderen die dwars en moeilijk gedrag vertonen, is er ook een kinderprogramma voor kinderen die snel boos worden en moeite hebben om hun impulsen te beheersen.

Oppositioneel en agressief gedrag
 Gedrag is oppositioneel (in de oppositie) als een kind zich verzet tegen de volwassene of driftig reageert op correcties door een volwassene. Fysiek agressief gedrag komt tot uiting in stompen, slaan, knijpen, schoppen, vechten en vernielen. Verbaal agressief gedrag komt tot uiting in uitschelden, schreeuwen, bedreigen en pesten. De oorzaak van dergelijk gedrag kan erfelijk bepaald zijn of een uiting van een ‘moeilijk temperament’. Kenmerken van een dergelijk temperament zijn bijvoorbeeld: emotionele labiliteit, rusteloosheid, korte aandachtsboog en negativisme. Deze kenmerken vormen samen een zwakke impulsbeheersing. Door een inconsequente omgang met het kind dat een moeilijk temperament heeft, kan het ongewenste gedrag (boos en agressief reageren) nog versterkt worden. Kinderen met oppositioneel en agressief gedrag bedenken voor problemen minder oplossingen en kiezen vaker een agressieve oplossing (ze worden boos en dwars).

Behandeling
In de training leren kinderen hoe ze hun eigen boosheid kunnen voelen aankomen in moeilijke situaties. Moeilijke situaties zijn bijvoorbeeld: uitgelachen worden of buitengesloten worden bij een spel. Deze situaties roepen bij deze kinderen woede op en hierdoor een impulsieve, maar onverstandige reactie. Kinderen leren tijdens de training hoe ze hun woede voelen aankomen en kunnen leren beheersen. Tevens leren zij nadenken over ‘handigere’ oplossingen. Deze oplossingen worden geoefend tijdens de training. Kinderen zijn echter niet altijd geneigd om wat ze in de therapiekamer opsteken toe te passen in het leven van alledag. Het is daarom belangrijk dat ouders en leerkrachten de kinderen prikkelen om van de geleerde vaardigheden gebruik te maken én als hun dat is gelukt ze hiervoor te prijzen.

Opbouw van de training

De training bestaat uit twaalf bijeenkomsten. In het eerste deel wordt gewerkt aan het herkennen van
gevoelens, het voelen aankomen van boosheid en aan manieren om met boosheid om te gaan. In het tweede deel wordt er geoefend met probleemoplossingvaardigheden. (Wat is het probleem? Oplossingen en gevolgen. De vijf stappen van probleemoplossen).

 
 
Uitgebreidere achtergrondinformatie Oudertraining:

Opstandige kinderen
De meeste kinderen geven hun ouders wel eens een grote mond. Zich zo nu en dan verzetten tegen ouders is eigen aan kinderen. Als kinderen echter voortdurend dwars zijn, zich verzetten tegen volwassenen of als vechten regelmatig voorkomt, dan is er reden tot zorg. Dan kan er sprake zijn van een oppositioneel-opstandige gedrgasstoornis.

Oppositioneel-opstandige gedragstoornis
De Engelse term is Oppositional Defiant Disorder, afgekort als ODD. Kinderen in de schoolleeftijd met ernstige vormen van opstandig en agressief gedrag worden regelmatig aangemeld voor onderzoek en behandeling. Zij vormen een zware belasting voor hun omgeving en worden zelf in hun verdere ontwikkeling ernstig bedreigd. Vooral als gedragsproblemen zich reeds op jonge leeftijd manifesteren, is er in de volwassenheid een verhoogde kans op delinquentie, stemmingsstoornissen, middelenmisbruik en sociaal disfunctioneren op het werk en in het gezin.
Het ontstaan en het voortduren van deze gedragsstoornis kan het beste worden begrepen vanuit een wisselwerking van biologische factoren (zoals erfelijkheid en temperament), psychologische factoren (problemen met begrijpen van complexe sociale situaties, minder goed meevoelen) en sociale factoren (tekort aan, of inconsequente opvoedingsvaardigheden of minder gunstige vriendenkring).

Behandeling van ODD
Sinds geruime tijd is bekend dat twee gedragstherapeutische methoden voor de behandeling effectief zijn: de oudertraining in opvoedingsvaardigheden (Parent Management Training) en de training in sociale probleemoplossing voor het kind (Social Problem-Solving Skills Training). Sociale vaardigheidstraining voor kinderen geven wij reeds vele jaren. Nieuw is het door het UMC op de afdeling kinderpsychiatrie bewerkte programma uit de Verenigde Staten, dat de naam ‘Minder Boos en Opstandig’ heeft gekregen. Van dit programma mag verwacht worden dat de gedragsproblemen van het kind afnemen, echter zonder dat de symptomen volledig verdwijnen.

Voor wie is de oudertraining bedoeld?

De training die wij aan ouders geven, bestaat uit 13 ouderbijeenkomsten die in groepsverband plaatsvinden. Het programma is bedoeld voor ouders van kinderen in de basisschoolleeftijd van 6 tot 12. Het programma is opgezet voor de ouders van kinderen met een oppositionele gedragsstoornis of een antisociale gedragsstoornis. Bij deze kinderen komt vaak ook een aandachtstekort/ hyperactiviteitstoornis (ADHD) voor; meestal is dan medicatie tevens aangewezen. Minder boos en opstandig is ook geschikt voor kinderen die veel risico lopen om een gedragstoornis te ontwikkelen, maar die net niet voldoen aan alle criteria.

De methode van de training vult de opvoedingsvaardigheden van de ouders aan. Ouders leren bijvoorbeeld adequaat opdrachten te geven. Zij leren consequent te reageren op gewenst gedrag van hun kind door prijzen en belonen en consequent te reageren op ongewenst gedrag én door negeren of toepassen van time-out.

Opbouw van de training
De oudertraining is als volgt opgebouwd. In de eerste bijeenkomst krijgen ouders
uitleg over opstandige en antisociale gedragstoornissen en wordt uitleg gegeven over de algemene regels van gedrag. In de twee volgende bijeenkomsten wordt het opstellen van huisregels in de vorm van verwachtingen en verboden en het handhaven daarvan behandeld. Ook wordt het belang uitgelegd van het op de hoogte zijn van het doen en laten van het kind. Vervolgens wordt in de vierde bijeenkomst aandacht besteed aan het waarnemen van gedrag. De vijfde bijenkomst gaat over handige manieren van opdrachten geven. In bijeenkomst 6 leren ouders hun kind te prijzen en te belonen. Dit wordt niet alleen toegepast bij het uitvoeren van een opdracht (gehoorzamen) maar ook bij het ophouden van ongewenst gedrag. Hierna gaan bijeenkomst 7, 8 en 9 over straffen: niet reageren, het weghalen van iets leuks en apart zetten. Ook wordt aandacht besteed aan het omgaan met ongewenst gedrag buitenshuis. Tenslotte wordt de sociale probleemoplossingtheorie met betrekking tot gezinsproblemen geïntroduceerd en de bijbehorende vijf stappen van probleem oplossen in bijeenkomsten 10 tot en met 12. De laatste bijeenkomst wordt besteed aan het creëren van een positief gezinsklimaat en wordt er geëvalueerd en afgerond.