|
Achtergrondinformatie Dyslexie |
||||
|
Diagnose van dyslexie
Dyslexie is niet vast te stellen door hersenonderzoek. De diagnose wordt gesteld na individueel onderzoek door een deskundige psycholoog of orthopedagoog. Deze werkt volgens een procedure die door de Stichting Dyslexie Nederland (SDN) werd opgesteld en vastgelegd in de Brochure Dyslexie (mei 2003) in samenwerking met verschillende beroepsgroepen en met Balans. De procedure is vastgelegd in een brochure 'Dyslexie; classificatie, diagnose en dyslexieverklaring'.
De diagnose moet altijd vergezeld gaan van een plan van aanpak.
Oorzaak Bij 3,6% van alle leerlingen komt dyslexie voor. Het aantal kinderen met meer algemene lees- en spellingproblemen wordt geschat op 8,8 %. De precieze oorzaak van dyslexie is nog niet helemaal duidelijk. Men denkt aan microscopisch kleine afwijkingen in de hersenen. De komende jaren zal daar waarschijnlijk meer duidelijkheid over komen. In 1998 is een groot tienjarig wetenschappelijk onderzoek van start gegaan naar de biologische achtergronden en vroege kenmerken van dyslexie. Al wel staat vast dat bij dyslexie sprake is van een flinke erfelijke factor. Gevolgen Leerlingen met dyslexie hebben extra hulp nodig bij het leren lezen en spellen. De extra aandacht kan bestaan uit extra oefeningen onder leiding van de leerkracht of de ouders. Maar ook dan kan blijken dat het kind onvoldoende vooruitgang boekt. Het beste is als een remedial teacher bekijkt of een ander aanbod van de leerstof wellicht leidt tot het gewenste resultaat. Regelgeving en dyslexie Dyslexieverklaring Wanneer dyslexie is vastgesteld hoort bij het rapport van de deskundige ook een dyslexieverklaring die recht geeft op verschillende faciliteiten in het onderwijs Aanpassingen binnen uw school Scholen kunnen zelf regelen wat zij aan dyslectische leerlingen bieden. Meestal wordt extra tijd gegeven om toetsen of examens te maken. In incidentele gevallen kunnen in de dyslexieverklaring andere aanpassingen worden geadviseerd: extra groot lettertype, gebruik van computer, teksten op geluidscassette, mondelinge toetsen of extra herkansingen. Geen aanpassingen? Als de school van uw kind geen aanpassingen biedt, spreek dan de leerkracht of de remedial teacher aan of zij het boek van het ministerie van OCW hebben ontvangen. De titel van dit boek is: 'Dyslexie een zorg in het VO' en is in september 2002 naar alle scholen gestuurd. Basisonderwijs en dyslexie Protocol In juli 2001 hebben alle Nederlandse basisscholen het Protocol Leesproblemen en Dyslexie (PLD) ontvangen. Hierin staat een gedetailleerde handleiding waarmee kinderen met leesproblemen op een systematische wijze worden gevolgd en begeleid. Vroegtijdige signalering van lees- en spellingproblemen zijn heel belangrijk, omdat de hersens van jonge kinderen nog veel plastischer zijn. Leesbegeleiding Leesbegeleiding sorteert het meeste effect als het plaatsvindt in een betekenisvolle context. Dat kan bijvoorbeeld het lezen van een briefje van een bekende zijn of een boodschappenlijstje voor het eigen verjaardagsfeestje. Citotoets Per 2003 is de Eindtoets Basisonderwijs, de 'Cito-toets', ook in een geluidsversie beschikbaar. Deze kan worden gebruikt voor dyslectische leerlingen met een officiële dyslexieverklaring. Ondersteunende technologie Voor dyslexie zijn verschillende technologieën ontwikkeld die behulpzaam kunnen zijn. Met zogenaamde leespennen kan een stuk tekst op papier worden omgezet in gesproken taal. Voorbeelden zijn de Irispen en de ReadingPen. Daarnaast is software voor de pc beschikbaar waarmee tekst in gesproken taal wordt omgezet of andersom. Er zijn zeer veel educatieve programma's op de markt waarmee kinderen op een speelse manier beter kunnen leren lezen en spellen. Vraag een remedial teacher om advies bij een keuze. Voortgezet onderwijs en dyslexie. Soms wordt dyslexie pas opgemerkt in het vervolgonderwijs omdat de basisschool het niet heeft herkend of omdat de leerling door een zeer goede intelligentie in staat was de problemen te omzeilen of te camoufleren. Opvallen In het voortgezet onderwijs kunnen leerlingen met dyslexie opvallen door: - slecht mondeling en schriftelijk taalgebruik - spreken of schrijven in korte zinnen - een zwak werkgeheugen - een moeilijk leesbaar handschrift - veel verbeteringen en doorhalingen in schriftelijk werk - een negatief zelfbeeld, faalangst, extreme spanning bij lees- en spreekbeurten, proefwerken en presteren onder tijdsdruk. Kijk bij regelgeving voor aanpassingen bij toetsen en examens. |