Submenu:

     
  - Wat is Dyscalculie      
  - Artikelen

Dyscalculie

   
       
   

Wat is dyscalculie

   
         
         
         
 

Wat is Dyscalculie?

 

Dyscalculie betekent letterlijk niet kunnen berekenen. Kinderen met dyscalculie hebben problemen met het leren van bepaalde basisvaardigheden van het rekenen. Zij hebben geen problemen met het inzicht in het rekenen. Tot zover de gelijkenis met dyslexie, waarbij kinderen problemen hebben met de technische basisvaardigheden van het lezen en niet met het leesbegrip.

Technische basisvaardigheden van het rekenen zijn echter minder eenduidig dan technische basisvaardigheden van het lezen. Tot de basisvaardigheden van het rekenen behoren

  • het leren van de betekenis van getallen en hoeveelheden

  • het leren van rekenprocedures

  • het ruimtelijk inzicht

In de eerste jaren van het basisonderwijs worden deze feiten en basisvaardigheden intensief geoefend met het doel ze te automatiseren. Een leerling weet dan dat 5 plus 4 negen is en stapt moeiteloos over naar 15 plus 4 of 15 plus 14. Hetzelfde geldt voor eenvoudige aftrek-, vermenigvuldig- en deelsommen. Deze vaardigheden zitten dan opgeslagen in het langetermijngeheugen en worden daar zo nodig zonder enige moeite (automatisch) uit naar boven gehaald. Er hoeft geen energie meer besteed te worden om eenvoudige sommen en delen van
bewerkingen uit te rekenen. Dat is handig want daar kan een kind op terugvallen als de rekenopgaven ingewikkelder worden. Soms heeft een kind met dyscalculie extra problemen met ‚‚n van de bovengenoemde basisvaardigheden. Vaker is er sprake van een combinatie.

 

De oorzaak
Over de oorzaak van dyscalculie bestaat nog onvoldoende duidelijkheid. Bij sommige soorten van dyscalculie zou een erfelijke factor een rol kunnen spelen omdat het bekend is dat dyscalculie vaak in families voorkomt.  Ook problemen met het kortetermijngeheugen kunnen een rol spelen.

 

Aantallen
Hoewel rekenproblemen in het basisonderwijs minder snel worden herkend dan leesproblemen en we met het noemen van aantallen dus voorzichtig moeten zijn, schatten deskundigen dat 10% van de leerlingen min of meer problemen heeft met rekenen. Een groot deel daarvan verbetert met extra hulp, met een andere methode of een aangepast niveau. Een klein deel (ongeveer 1 … 2%) kampt met zeer hardnekkige problemen bij de automatisering van de basisvaardigheden van het rekenen. Dyscalculie kan ge‹soleerd voorkomen maar ook in combinatie met andere leerstoornissen zoals bijvoorbeeld dyslexie.

 

De gevolgen
Wanneer dyscalculie niet wordt herkend kan er een verkeerd beeld ontstaan van de capaciteiten van de leerling en de achtergrond van de rekenproblemen. Het kind kan daardoor onnodig veel moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van rekenbewerkingen, het leren van wiskunde en andere vakken. Dit kan talent frustreren en emotionele gevolgen hebben, zoals bijvoorbeeld faalangst of depressiviteit.

 

Diagnose en behandeling
Er is geen simpele test die uitspraken doet over het wel of niet bestaan van dyscalculie. Wanneer rekenproblemen niet overgaan met extra oefening en het kind met andere vakken wel goed presteert moet er op taakniveau onderzoek worden gedaan. Dit betekent dat er onderzoek wordt gedaan naar de uitvoering van rekentaken. Een intelligentieonderzoek is niet meteen nodig. Er moet eerst gekeken worden hoe het kind een rekentaak uitvoert en of de basisfeiten en procedures wel geautomatiseerd zijn. Natuurlijk moet er ook nagegaan worden of het kind voldoende onderwijs heeft gehad en er geen emotionele problemen zijn. Verder is van belang te kijken naar de gebruikte rekenmethode en is ook het taalniveau van groot belang. Want rekenen is veel taliger dan vaak wordt gedacht. Hulp kan gezocht worden bij het zorgteam van de school of bij een particulier werkende orthopedagoog of psycholoog.

 

Dyscalculieverklaring
Anders dan bij dyslexie bestaat er nog geen wettelijke regel voor voorzieningen bij dyscalculie. Er bestaan ook geen richtlijnen voor het opstellen van een dyscalculieverklaring. Leerlingen zijn afhankelijk van de bereidwilligheid van de leerkracht en de school. Dat is een ongelijkheid in vergelijking met dyslexie en een miskenning van de problemen van deze leerlingen. Hier zou op korte termijn verandering in moeten komen.

 

Kenmerken bij dyscalculie

De leerling:

  • gebruikt simpele procedures (blijft bijvoorbeeld lang op de vingers tellen in plaats van te werken met clusters van getallen: 5, 10, 100 etc.)

  • maakt veel fouten in een stapsgewijze aanpak

  • heeft problemen met de volgorde van de te nemen stappen bij een bepaalde strategie

  • kan sommen niet goed onder elkaar zetten

  • heeft problemen met de plaats van de getallen

  • maakt veelvuldig omkeringen van getallen

Algemene problemen van kinderen met leerstoornissen:

  • trager tempo

  • een ongunstig aanpakgedrag: een passieve of impulsieve aanpak

  • een minder goed werkend kortetermijngeheugen

  • een minder efficiënt gestructureerd langetermijngeheugen

  • problemen met het vasthouden van de instructie

  • problemen om snel de essentie van een opdracht te doorzien

  • minder flexibiliteit in het overschakelen van de ene naar de andere strategie of van het ene naar het andere niveau

  • moeite hun eigen werk te controleren en te reflecteren op eigen werk.

  • emotionele problemen zoals bijvoorbeeld faalangst

Voorzieningen bij dyscalculie
 
Bij voorzieningen kan gedacht worden aan:

  • het werken met voorgedrukte werkbladen

  • het beperken van overschrijven uit een boek en van het bord

  • extra tijd bij opgaven en proefwerken of een verminderde hoeveelheid

  • het duidelijk aangeven van de wenselijkheid van strategieverandering (plussommen in rood,
     minsommen in blauw etc.)

  • extra mondelinge uitleg en/of mondelinge overhoring

  • en het toestaan van het gebruik van een rekenmachine

bron: Balans Digitaal