|
Technische
basisvaardigheden van het rekenen zijn echter minder
eenduidig dan technische basisvaardigheden van het lezen.
Tot de basisvaardigheden van het rekenen behoren
-
het leren van
de betekenis van getallen en hoeveelheden
-
het leren van
rekenprocedures
-
In de eerste jaren van
het basisonderwijs worden deze feiten en basisvaardigheden
intensief geoefend met het doel ze te automatiseren. Een
leerling weet dan dat 5 plus 4 negen is en stapt moeiteloos
over naar 15 plus 4 of 15 plus 14. Hetzelfde geldt voor
eenvoudige aftrek-, vermenigvuldig- en deelsommen. Deze
vaardigheden zitten dan opgeslagen in het
langetermijngeheugen en worden daar zo nodig zonder enige
moeite (automatisch) uit naar boven gehaald. Er hoeft geen
energie meer besteed te worden om eenvoudige sommen en delen
van
bewerkingen uit te rekenen. Dat is handig want daar kan een
kind op terugvallen als de rekenopgaven ingewikkelder
worden. Soms heeft een kind met dyscalculie extra problemen
met ‚‚n van de bovengenoemde basisvaardigheden. Vaker is er
sprake van een combinatie.
De oorzaak
Over de oorzaak van dyscalculie bestaat nog onvoldoende
duidelijkheid. Bij sommige soorten van dyscalculie zou een
erfelijke factor een rol kunnen spelen omdat het bekend is
dat dyscalculie vaak in families voorkomt. Ook problemen
met het kortetermijngeheugen kunnen een rol spelen.
Aantallen
Hoewel rekenproblemen in het basisonderwijs minder snel
worden herkend dan leesproblemen en we met het noemen van
aantallen dus voorzichtig moeten zijn, schatten deskundigen
dat 10% van de leerlingen min of meer problemen heeft met
rekenen. Een groot deel daarvan verbetert met extra hulp,
met een andere methode of een aangepast niveau. Een klein
deel (ongeveer 1 … 2%) kampt met zeer hardnekkige problemen
bij de automatisering van de basisvaardigheden van het
rekenen. Dyscalculie kan ge‹soleerd voorkomen maar ook in
combinatie met andere leerstoornissen zoals bijvoorbeeld
dyslexie.
De gevolgen
Wanneer dyscalculie niet wordt herkend kan er een verkeerd
beeld ontstaan van de capaciteiten van de leerling en de
achtergrond van de rekenproblemen. Het kind kan daardoor
onnodig veel moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van
rekenbewerkingen, het leren van wiskunde en andere vakken.
Dit kan talent frustreren en emotionele gevolgen hebben,
zoals bijvoorbeeld faalangst of depressiviteit.
Diagnose en
behandeling
Er is geen simpele test die uitspraken doet over het wel of
niet bestaan van dyscalculie. Wanneer rekenproblemen niet
overgaan met extra oefening en het kind met andere vakken
wel goed presteert moet er op taakniveau onderzoek worden
gedaan. Dit betekent dat er onderzoek wordt gedaan naar de
uitvoering van rekentaken. Een intelligentieonderzoek is
niet meteen nodig. Er moet eerst gekeken worden hoe het kind
een rekentaak uitvoert en of de basisfeiten en procedures
wel geautomatiseerd zijn. Natuurlijk moet er ook nagegaan
worden of het kind voldoende onderwijs heeft gehad en er
geen emotionele problemen zijn. Verder is van belang te
kijken naar de gebruikte rekenmethode en is ook het
taalniveau van groot belang. Want rekenen is veel taliger
dan vaak wordt gedacht. Hulp kan gezocht worden bij het
zorgteam van de school of bij een particulier werkende
orthopedagoog of psycholoog.
Dyscalculieverklaring
Anders dan bij dyslexie bestaat er nog geen wettelijke regel
voor voorzieningen bij dyscalculie. Er bestaan ook geen
richtlijnen voor het opstellen van een dyscalculieverklaring.
Leerlingen zijn afhankelijk van de bereidwilligheid van de
leerkracht en de school. Dat is een ongelijkheid in
vergelijking met dyslexie en een miskenning van de problemen
van deze leerlingen. Hier zou op korte termijn verandering
in moeten komen.
Kenmerken bij
dyscalculie
De leerling:
-
gebruikt
simpele procedures (blijft bijvoorbeeld lang op de
vingers tellen in plaats van te werken met clusters
van getallen: 5, 10, 100 etc.)
-
maakt veel
fouten in een stapsgewijze aanpak
-
heeft problemen
met de volgorde van de te nemen stappen bij een
bepaalde strategie
-
kan sommen niet
goed onder elkaar zetten
-
heeft problemen
met de plaats van de getallen
-
maakt
veelvuldig omkeringen van getallen
Algemene problemen van
kinderen met leerstoornissen:
-
-
een ongunstig
aanpakgedrag: een passieve of impulsieve aanpak
-
een minder goed
werkend kortetermijngeheugen
-
een minder
efficiënt gestructureerd langetermijngeheugen
-
problemen met
het vasthouden van de instructie
-
problemen om
snel de essentie van een opdracht te doorzien
-
minder
flexibiliteit in het overschakelen van de ene naar
de andere strategie of van het ene naar het andere
niveau
-
moeite hun
eigen werk te controleren en te reflecteren op eigen
werk.
-
emotionele
problemen zoals bijvoorbeeld faalangst
Voorzieningen
bij dyscalculie
Bij voorzieningen kan gedacht worden aan:
-
het werken met
voorgedrukte werkbladen
-
het beperken
van overschrijven uit een boek en van het bord
-
extra tijd bij
opgaven en proefwerken of een verminderde
hoeveelheid
-
het duidelijk
aangeven van de wenselijkheid van
strategieverandering (plussommen in rood,
minsommen in blauw etc.)
-
extra
mondelinge uitleg en/of mondelinge overhoring
-
en het toestaan
van het gebruik van een rekenmachine
|