|
Achtergrondinformatie Dyscalculie |
||||
|
Als Jort acht jaar is heeft hij nog steeds zijn vingers nodig om te rekenen. Hij heeft ongewoon veel moeite met het onthouden van allerlei basisfeiten over getallen en hoeveelheden. Dat is bij hem niet geautomatiseerd.
Wim kan dat wel maar heeft problemen om allerlei regels en procedures te onthouden. Hij heeft nog vaak een honderdveld nodig om sommen uit te rekenen die over de tientallen gaan. Florien tenslotte heeft vooral problemen met het ruimtelijk visuele voorstellingsvermogen. Bij haar moet alles wat met ruimte te maken heeft met ruimtelijke voorbeelden inzichtelijk gemaakt worden. Bij alledrie spreken deskundigen over dyscalculie. Wat is Dyscalculie? Dyscalculie betekent letterlijk niet kunnen berekenen. Kinderen met dyscalculie hebben problemen met het leren van bepaalde basisvaardigheden van het rekenen. Zij hebben geen problemen met het inzicht in het rekenen. Tot zover de gelijkenis met dyslexie, waarbij kinderen problemen hebben met de technische basisvaardigheden van het lezen en niet met het leesbegrip. Technische basisvaardigheden van het rekenen zijn echter minder eenduidig dan technische basisvaardigheden van het lezen. Tot de basisvaardigheden van het rekenen behoren
De oorzaak Over de oorzaak van dyscalculie bestaat nog onvoldoende duidelijkheid. Bij sommige soorten van dyscalculie zou een erfelijke factor een rol kunnen spelen omdat het bekend is dat dyscalculie vaak in families voorkomt. Ook problemen met het kortetermijngeheugen kunnen een rol spelen. Aantallen Hoewel rekenproblemen in het basisonderwijs minder snel worden herkend dan leesproblemen en we met het noemen van aantallen dus voorzichtig moeten zijn, schatten deskundigen dat 10% van de leerlingen min of meer problemen heeft met rekenen. Een groot deel daarvan verbetert met extra hulp, met een andere methode of een aangepast niveau. Een klein deel (ongeveer 1 … 2%) kampt met zeer hardnekkige problemen bij de automatisering van de basisvaardigheden van het rekenen. Dyscalculie kan geďsoleerd voorkomen maar ook in combinatie met andere leerstoornissen zoals bijvoorbeeld dyslexie. De gevolgen Wanneer dyscalculie niet wordt herkend kan er een verkeerd beeld ontstaan van de capaciteiten van de leerling en de achtergrond van de rekenproblemen. Het kind kan daardoor onnodig veel moeilijkheden ondervinden bij het uitvoeren van rekenbewerkingen, het leren van wiskunde en andere vakken. Dit kan talent frustreren en emotionele gevolgen hebben, zoals bijvoorbeeld faalangst of depressiviteit. Diagnose en behandeling Er is geen simpele test die uitspraken doet over het wel of niet bestaan van dyscalculie. Wanneer rekenproblemen niet overgaan met extra oefening en het kind met andere vakken wel goed presteert moet er op taakniveau onderzoek worden gedaan. Dit betekent dat er onderzoek wordt gedaan naar de uitvoering van rekentaken. Een intelligentieonderzoek is niet meteen nodig. Er moet eerst gekeken worden hoe het kind een rekentaak uitvoert en of de basisfeiten en procedures wel geautomatiseerd zijn. Natuurlijk moet er ook nagegaan worden of het kind voldoende onderwijs heeft gehad en er geen emotionele problemen zijn. Verder is van belang te kijken naar de gebruikte rekenmethode en is ook het taalniveau van groot belang. Want rekenen is veel taliger dan vaak wordt gedacht. Hulp kan gezocht worden bij het zorgteam van de school of bij een particulier werkende orthopedagoog of psycholoog. Dyscalculieverklaring Anders dan bij dyslexie bestaat er nog geen wettelijke regel voor voorzieningen bij dyscalculie. Er bestaan ook geen richtlijnen voor het opstellen van een dyscalculieverklaring. Leerlingen zijn afhankelijk van de bereidwilligheid van de leerkracht en de school. Dat is een ongelijkheid in vergelijking met dyslexie en een miskenning van de problemen van deze leerlingen. Hier zou op korte termijn verandering in moeten komen. Kenmerken bij dyscalculie De leerling:
Bij voorzieningen kan gedacht worden aan:
|