Achtergrondinformatie Autisme

   
       
         
Autisme-spectrumstoornissen: de onderliggende theorieën.

In het denken over de cognitieve problemen van kinderen met een autismespectrum stoornis staan drie theorieën centraal:
  • Theory of Mind (ToM)
  • Centrale coherentietheorie
  • Theorie over het executief functioneren (EF)
  • (geen van deze problemen komt uitsluitend voor bij kinderen met een autismespectrum stoornis)


Theory of Mind Deze theorie heeft kort gezegd te maken met het feit dat kinderen vanaf ongeveer de leeftijd van vier jaar beginnen te beseffen dat anderen net als zijzelf (onbewust) gedachten, gevoelens en fantasieën hebben. En dat het gedrag van die anderen daardoor wordt geleid. Het is allemaal onbewust, maar speelt een belangrijke rol in de communicatie. Onvoldoende ToM blijkt echter niet bij alle kinderen met ASS voor te komen en is ook niet specifiek voor autisme. Ook dove kinderen, kinderen met taalproblemen en kinderen met ADHD blijken laag te scoren op zogenaamde ToM taken (Balans, 2002).

Centrale Coherentietheorie Deze theorie slaat kort gezegd op de drang van mensen om informatie bij elkaar te voegen om er betekenis aan te kunnen geven. Dit blijkt bij kinderen met een autismespectrum stoornis vaak een probleem. Zij richten zich meer op de details en krijgen daardoor geen beeld van het geheel. Dit wordt wel eens vergeleken met het bekijken van een olifant op vijf centimeter afstand. Zie dan maar eens te ontdekken dat er ook nog een kop en een staart aan zit. Ze zien alleen een groot, rimpelig grijs vlak. Als je de slurf niet in de gaten krijgt weet je werkelijk niet met welk dier je te maken hebt. Dit fenomeen kan zich voordoen bij alle zintuiglijke waarneming (Balans, 2002).

Executief Functioneren (EF) Deze theorie houdt verband met het organiseren en plannen van gedrag. Wanneer de executieve functies onvoldoende werken wordt er te weinig sturing gegeven aan andere hersenprocessen wat complex gedrag verhindert. Complex gedrag is nodig in situaties waarop snel en flexibel gereageerd moet worden. Ook gestoord executief functioneren is niet specifiek voor kinderen met een autisme spectrumstoornis. Veel andere leer- en gedragsproblemen worden ook in verband gebracht met tekortkomingen in het executief functioneren (Balans, 2002).

Naast deze theorieën zijn er een tweetal nieuwe theorieën ontstaan die een verklaring geven voor een autisme spectrumstoornis. Dit zijn de theorie van het 'afwezige zelf' van Uta Frith en het hebben van een extreem mannelijk brein van Professor Simon Baron-Cohen.

Het afwezige zelf Vanuit de drie theorieën lijkt de theorie van het afwezige zelf een meer overkoepelende theorie. In de theorie over het afwezige zelf wordt de verminderde aanwezigheid van een “innerlijke directeur” bij kinderen met autisme beschreven. De coördinator, de regisseur, degene die de grote lijnen bewaakt en ingrijpt als de werkzaamheden dreigen fout te lopen, ligt te slapen, of is zelfs afwezig. Als je het vergelijkt met een fabriek, dan gaat alles goed zolang het de dagelijkse routine betreft, maar als er onverwachte dingen gebeuren, is er direct paniek. In werkelijkheid is er sprake van een geleidende schaal, de directeur is niet aan- of afwezig, maar functioneert als het ware steeds minder goed.

Extreem mannelijk brein Volgens de theorie van het extreem mannelijk brein is een mannelijk brein vooral sterk in het systematiseren. Systematiseren is de aanzet om systemen te verkennen en te analyseren, om de onderliggende regels die het gedrag van een systeem bepalen te achterhalen en om systemen te creëren. Een vrouwelijk brein munt uit in empathisch vermogen. Empathisch vermogen is het vermogen om de emoties en gedachten van anderen te achterhalen en er met de gepaste emotie op te reageren. Baron-Cohen veronderstelt dat er bij kinderen met een autisme spectrumstoornis sprake is van een extreem mannelijk brein (Peter Vermeulen, 2005).

Onder autismespectrumstoornissen verstaan we:
- Autistische stoornis
- Syndroom van Asperger
- Pervasieve Ontwikkelingsstoornis, niet anderszins omschreven (PDD-NOS)