Procedure gedragsonderzoek

 
       
         

Procedure gedragsonderzoek
Wanneer ouders merken dat hun kind niet lekker in zijn vel zit, is dit heel vervelend. De vraag ‘Hoe kunnen we hem het beste helpen?’ is vaak de belangrijkste voor ouders. Om hier een goed antwoord op te kunnen geven, moet er vaak eerst een andere vraag beantwoord worden, namelijk: ‘Wat is er nu aan de hand met mijn kind?’. Dit is het moment waarop er gedragsonderzoek plaatsvindt. Dit verloopt in een aantal fasen.

1. Voorbereidende fase.
Voorafgaand aan het onderzoek vindt er een intakegesprek plaats tussen de ouders, het kind en een psycholoog van Praktijk van Waterschoot. In dit gesprek kunnen ouders en het kind aangeven waar zij tegen aan lopen in het dagelijks leven en wat zij liever anders willen zien. De psycholoog krijgt hierdoor een goed beeld van de klachten. Ook leveren ouders en de leerkracht van het kind een aantal vragenlijsten in over het gedrag van het kind. Hierdoor weet de psycholoog wat er speelt en daardoor ook wat voor een soort onderzoek er nodig is.

2. Het gedragsonderzoek.
Praktisch: Het gedragsonderzoek vindt op één dag plaats. Om 9 uur start het onderzoek en dit duurt tot ongeveer 14 uur. Dit betekent dat de lunchpauze ook bij Praktijk van Waterschoot plaatsvindt. Met collega’s, kinderen en jongeren eten we samen ons brood in de lunchkamer. Als het lekker weer is , lunchen we buiten. Inhoud: Er kan, afhankelijk van de problemen, voor (een combinatie van) diverse soorten onderzoek worden gekozen. Hierbij kan er gedacht worden aan intelligentieonderzoek (om inzicht te krijgen in de cognitieve capaciteiten van het kind), neuropsychologisch onderzoek (om bijvoorbeeld de aandachtsfuncties of het geheugen van het kind in kaart te brengen) en/ of sociaal emotioneel onderzoek (om te onderzoeken hoe het kind zich op sociaal gebied ontwikkelt en hoe zijn emotionele welbevinden is). Door middel van testen, vragenlijsten, (school)observaties en/ of gesprekken krijgt de psycholoog een goed beeld van het kind. Op basis van deze gegevens maakt de psycholoog een verslag, dat opgestuurd wordt aan de ouders. In dit verslag krijgen de ouders antwoord op de vraag hoe de klachten van hun kind verklaard kunnen worden.

3. Afrondende fase.
Nadat de ouders het verslag hebben gelezen, kunnen zij een afspraak maken voor een toelichtingsgesprek met de psycholoog. In dit gesprek zal er een mondelinge toelichting op het schriftelijke verslag plaatsvinden. Tijdens deze nabespreking wordt het verslag doorgenomen en eventuele vragen worden beantwoord. Daarnaast staat in dit gesprek centraal op welke manier de ouders het best verder kunnen met hun kind. Er wordt bekeken wat er nodig is voor het kind, zijn ouders en zijn school. Soms kunnen ouders al verder met de adviezen die naar aanleiding van het onderzoek naar voren zijn gekomen. In andere gevallen is er een extra steuntje in de rug nodig. Dan kan er behandeling plaatsvinden bij Praktijk van Waterschoot. Ouders hebben na deze fase ook antwoord op de vraag hoe ze hun kind het best kunnen helpen en kunnen in actie komen.